zondag 30 december 2007
Dutch Water Dreams...
Geweldig.
Twee:
1. Mijn eerste filmpje op YouTube.
Zie de link links, om ALLE (2) filmpjes te bekijken. Er volgen er meer!!
2. En bij de Dutch Water Dreams geweest!
Dat ga ik echt een keer zelf doen.
Net zolang tot ik net zo goed ben als de jongen met de witte zwembroek.
Ik ga beginnen met het aanschaffen van net zo'n broek.
vrijdag 28 december 2007
Mrs Fairless [2]
Even stonden wij sprakeloos tegenover elkaar, wij vol ontzag kijkend naar zijn wapen en jagersuitrusting, hij vol respect kijkend naar onze bemodderde fietsen en gesloopte lichamen.
"Well, she must be at the stables milking the goats," zei hij kalm, terwijl hij zijn geweer over z'n schouder legde.
"Just go in there, but don't make any sounds." En weg was hij.
Goed, de stallen. De stallen, waar waren die?
Het was nu zo goed als donker.
"Kom," zei ik tegen Wouter, "we gaan dat vrouwtje zoeken."
Er was een gebouwtje achter het hans-en-grietje huisje, waar we een zwak schijnsel zagen bewegen. We liepen naar binnen. Er stond vee, klein vee.
Het licht van een zaklamp wiegde op en neer, het rook er naar warm hooi.
"Mrs Fairless..? Are you there?" fluisterde ik op enigszins dwingende toon. Tja, we mochten dan van die jager wel geen geluid maken, maar het was tegen halftien, en wilden wij nog wat te slapen vinden... dan hadden wij geen boodschap aan schizofrene geiten.
"GRRRROMMBLLARRGGGH!!!" kreiste er opeens iets. Wij schrokken ons rot en stapten een aantal meters achteruit. "GRRRRR. WHO ARE YOU?"
Was dit een geit? Of een vrouwtje? We wisten het niet. Ik wilde net zeggen 'laten we alsjeblieft gaan', toen er een gedrocht boven de stalen geitenafscheiding vandaan kwam. Het was een mens.
"You've frightened the goat," kraste het, "it won't give any more milk now."
Shit. Kans verkeken op een slaapplaats. Maar het is al zo laat, ik ga dan gewoon illegaal in haar weiland staan, dat ziet ze toch niet,' dacht ik allemaal.
Maar toen, heel vriendelijk:
"What is it the two of you want from me?"
"Well," antwoordden wij voorzichtig... en we legden uit dat we zoooooooo graag in haar weiland wilden kamperen, en hoezeer het ons speet dat de geit geen melk meeer gaf, maar dat enzovoort.
"No problem," zei ze, "just go up the meadow and put your tent behind the fence."
Het kostte 5 pond.
Wij bedankten haar uitvoerig, liepen in het inmiddels donker terug naar onze fietsen en reden het steile weiland in, richting het hek. Dat was minstens 200 meter, nogal een steile grashelling.
Aan het eind van die helling was een hek, dat scheidde haar erf van een soort van bosrand.
"Ze zei toch achter het hek?" zei Wouter toen we aan de enorm unheimische erfgrens waren gekomen.
"Ja, ik ga echt niet achter het hek staan," protesteerde ik. We betaalden er wel voor, en achter het hek dan ben je echt vogelvrij. Ik moest denken aan Dick Turpin.
"Bovendien is die vrouw zo kippig als ik-weet-niet-wat. We blijven binnen het hek, en zetten hier de tent op." Wouter was het met mij eens.
Het was nu volkomen donker, beneden aan het pad brandde nog een klein lichtje.
Het lukte ons de tent op te zetten, en zelfs nog een bonenmaaltijd te bereiden.
Rond een uur of half twaalf was het lichtje beneden ook uit.
Ik viel als een blok in slaap, droomde over struikrovers en vrouwtjes-theelepel met een geitengewei...
"Well, she must be at the stables milking the goats," zei hij kalm, terwijl hij zijn geweer over z'n schouder legde.
"Just go in there, but don't make any sounds." En weg was hij.
Goed, de stallen. De stallen, waar waren die?
Het was nu zo goed als donker.
"Kom," zei ik tegen Wouter, "we gaan dat vrouwtje zoeken."
Er was een gebouwtje achter het hans-en-grietje huisje, waar we een zwak schijnsel zagen bewegen. We liepen naar binnen. Er stond vee, klein vee.
Het licht van een zaklamp wiegde op en neer, het rook er naar warm hooi.
"Mrs Fairless..? Are you there?" fluisterde ik op enigszins dwingende toon. Tja, we mochten dan van die jager wel geen geluid maken, maar het was tegen halftien, en wilden wij nog wat te slapen vinden... dan hadden wij geen boodschap aan schizofrene geiten.
"GRRRROMMBLLARRGGGH!!!" kreiste er opeens iets. Wij schrokken ons rot en stapten een aantal meters achteruit. "GRRRRR. WHO ARE YOU?"
Was dit een geit? Of een vrouwtje? We wisten het niet. Ik wilde net zeggen 'laten we alsjeblieft gaan', toen er een gedrocht boven de stalen geitenafscheiding vandaan kwam. Het was een mens.
"You've frightened the goat," kraste het, "it won't give any more milk now."
Shit. Kans verkeken op een slaapplaats. Maar het is al zo laat, ik ga dan gewoon illegaal in haar weiland staan, dat ziet ze toch niet,' dacht ik allemaal.
Maar toen, heel vriendelijk:
"What is it the two of you want from me?"
"Well," antwoordden wij voorzichtig... en we legden uit dat we zoooooooo graag in haar weiland wilden kamperen, en hoezeer het ons speet dat de geit geen melk meeer gaf, maar dat enzovoort.
"No problem," zei ze, "just go up the meadow and put your tent behind the fence."
Het kostte 5 pond.
Wij bedankten haar uitvoerig, liepen in het inmiddels donker terug naar onze fietsen en reden het steile weiland in, richting het hek. Dat was minstens 200 meter, nogal een steile grashelling.
Aan het eind van die helling was een hek, dat scheidde haar erf van een soort van bosrand.
"Ze zei toch achter het hek?" zei Wouter toen we aan de enorm unheimische erfgrens waren gekomen.
"Ja, ik ga echt niet achter het hek staan," protesteerde ik. We betaalden er wel voor, en achter het hek dan ben je echt vogelvrij. Ik moest denken aan Dick Turpin.
"Bovendien is die vrouw zo kippig als ik-weet-niet-wat. We blijven binnen het hek, en zetten hier de tent op." Wouter was het met mij eens.
Het was nu volkomen donker, beneden aan het pad brandde nog een klein lichtje.
Het lukte ons de tent op te zetten, en zelfs nog een bonenmaaltijd te bereiden.
Rond een uur of half twaalf was het lichtje beneden ook uit.
Ik viel als een blok in slaap, droomde over struikrovers en vrouwtjes-theelepel met een geitengewei...
woensdag 26 december 2007
Mrs. Fairless
Toen ik vandaag naar Harry Potter zat te kijken moest ik opeens denken aan een avontuurtje wat wij in Engeland meemaakten. Dat had niks met Harry Potter te maken, hooguit met de sfeer, de taal, en het typisch Engelse, kortom datgene wat Engeland zo tof maakt. Heel Groot-Britannie overigens, al moet je het niet wagen in een pub in Wales te zeggen dat je Engeland tof vindt, weet ik uit ervaring.
Maar goed.
Wij maakten een fietstocht en waren al een tiental uur onderweg. We waren moe, het werd laat, het begon een beetje te regenen, het werd kouder... We moesten snel een slaapplaats zien te vinden, hetzij in een guesthouse, hetzij op een camping of waar dan ook.
Het begon te schemeren. Op onze kaart stond geen enkele camping binnen fietsafstand, ja eentje: een caravanpark, maar daar waren we allang geleden weggestuurd. Dat was nog rond een uur of vijf, zes uur.
Nu was het bijna acht.
Er was een pension. Het zag er duur uit.
"Dat moet dan maar," zei ik tegen mijn vriend. Ik was doodmoe en had behoefte aan rust. En een lekker bed.
Het pension zat vol.
"Maar," zei de uiterst vriendelijke, in een soort van polo-outfit gekleedde heer in een smetteloos Brits accent, "als je een eindje doorrijdt dan kom je bij een ander pension, dit wordt gerund door Ms. Pickles. Zij heeft vast plaats. Good luck."
Zuchtend stapten wij weer op.
De weg leek nergens heen te leiden.
Maar plosteling zagen we een soort van Hans-en-Grietje-achtig huisje.
Een lieflijk dametje deed open.
"Oh, I'm so sorry," zei ze, maar ze had geen plaats. We hadden moeten boeken!
Ik bekeek haar tuin. "No, no, you cannot camp in the garden." Maar:
we moesten een eindje verder rijden (de 'track' volgen) totaan de boerderij van Mrs. Fairless. Mrs. Fairless!? Mevrouw Oneerlijk..?
De weg veranderde inderdaad in een ongeasfalteerde, zwarte brij, waar we soms moesten afstappen om de fiets door de zuigende modder te duwen.
Aan het eind van de weg (het was inmiddels een uur of negen en behoorlijk aan de schemering) stond een aantal huisjes, zo neergestrooid leek het.
Er was niemand.
We liepen een gebouwtje binnen, een keukentje - er was niemand. Helemaal uitgestorven. Opeens hoorde ik een voetstap, buiten.
We liepen het gebouwtje weer uit.
We stonden oog in oog met een man met een geweer.
"Ik dacht al, ik hoorde schieten" fluisterde ik tegen Wouter.
"Ehhhh," stamelden wij, "we're looking for Mrs. Fairless."
(morgen of overmorgen het vervolg)
Maar goed.
Wij maakten een fietstocht en waren al een tiental uur onderweg. We waren moe, het werd laat, het begon een beetje te regenen, het werd kouder... We moesten snel een slaapplaats zien te vinden, hetzij in een guesthouse, hetzij op een camping of waar dan ook.
Het begon te schemeren. Op onze kaart stond geen enkele camping binnen fietsafstand, ja eentje: een caravanpark, maar daar waren we allang geleden weggestuurd. Dat was nog rond een uur of vijf, zes uur.
Nu was het bijna acht.
Er was een pension. Het zag er duur uit.
"Dat moet dan maar," zei ik tegen mijn vriend. Ik was doodmoe en had behoefte aan rust. En een lekker bed.
Het pension zat vol.
"Maar," zei de uiterst vriendelijke, in een soort van polo-outfit gekleedde heer in een smetteloos Brits accent, "als je een eindje doorrijdt dan kom je bij een ander pension, dit wordt gerund door Ms. Pickles. Zij heeft vast plaats. Good luck."
Zuchtend stapten wij weer op.
De weg leek nergens heen te leiden.
Maar plosteling zagen we een soort van Hans-en-Grietje-achtig huisje.
Een lieflijk dametje deed open.
"Oh, I'm so sorry," zei ze, maar ze had geen plaats. We hadden moeten boeken!
Ik bekeek haar tuin. "No, no, you cannot camp in the garden." Maar:
we moesten een eindje verder rijden (de 'track' volgen) totaan de boerderij van Mrs. Fairless. Mrs. Fairless!? Mevrouw Oneerlijk..?
De weg veranderde inderdaad in een ongeasfalteerde, zwarte brij, waar we soms moesten afstappen om de fiets door de zuigende modder te duwen.
Aan het eind van de weg (het was inmiddels een uur of negen en behoorlijk aan de schemering) stond een aantal huisjes, zo neergestrooid leek het.
Er was niemand.
We liepen een gebouwtje binnen, een keukentje - er was niemand. Helemaal uitgestorven. Opeens hoorde ik een voetstap, buiten.
We liepen het gebouwtje weer uit.
We stonden oog in oog met een man met een geweer.
"Ik dacht al, ik hoorde schieten" fluisterde ik tegen Wouter.
"Ehhhh," stamelden wij, "we're looking for Mrs. Fairless."
(morgen of overmorgen het vervolg)
woensdag 19 december 2007
Het Nationaal Dictee
Ik dagt ik doet weer uns mee. Ik dagt ik ben bes wel goet in speling, maar nee dus.
Ik gemaakte tog maar liefsd 26 fauten! Kud! Wat het gemeene is is dat ze verwagte van ju dat je beibelsche namen ook goet speld. Steletje farizeejers! Hoe mot ick nau wete dat Jakob met een K is?? Got nog an toe. En dan al dy woorden of se nau wel of nyt aan elka'r motten: wittekool of witte kool? Belaggeluk! De meezte faute hat ik in die woordsamenstellinge of of ieds al dan nyt med een hooftletter moed! Zpellen kan ik best aardug ferder. Tel de foutuh.
Ik doe folgend jahr slegts mee med du natsjonale wetensgapskwiz. daar MAAKT HUT TUNMINSTE GEEN REED UIT OF JU DINGEN MET UN HO'FTLETTUR SGREIFT OF NIE.
Ik gemaakte tog maar liefsd 26 fauten! Kud! Wat het gemeene is is dat ze verwagte van ju dat je beibelsche namen ook goet speld. Steletje farizeejers! Hoe mot ick nau wete dat Jakob met een K is?? Got nog an toe. En dan al dy woorden of se nau wel of nyt aan elka'r motten: wittekool of witte kool? Belaggeluk! De meezte faute hat ik in die woordsamenstellinge of of ieds al dan nyt med een hooftletter moed! Zpellen kan ik best aardug ferder. Tel de foutuh.
Ik doe folgend jahr slegts mee med du natsjonale wetensgapskwiz. daar MAAKT HUT TUNMINSTE GEEN REED UIT OF JU DINGEN MET UN HO'FTLETTUR SGREIFT OF NIE.
dinsdag 11 december 2007
zondag 11 november 2007
Achter het net
Vandaag reed ik van Eindhoven naar Rotterdam via Tholen.
Tholen, ja.
Tholen ligt, als ik me niet vergis, op Tholen.
En dat is weer een onderdeel van Zeeland.
Ik was eigenlijk op weg naar Yerseke, om een beetje mosselen-sfeer te proeven, omdat wij wat doen voor een bedrijf dat wat doet met mosselen.
Ik dacht, ik rijd eerst eens richting Vlissingen. Je kan namelijk kiezen tussen Vlissingen en Breda, ergens op weg naar Rotterdam. Dan kijk ik daarna wel op de kaart. Ik had immers geen flauw idee waar Yerseke ligt, behalve dan dat het in Zeeland is wist ik niks.
Toen ik een flink eind na de splitsing eens een parkeerplekje opzocht bleek dat ik de kaart niet bij me had. Ook Maxima, pardon, mijn tomtom met Maxima-stem (overigens erg grappig: "Probeer om te draaien. O, maar wel voorziechtig hoor, anders word ik mieselijk") had ik niet bij me.
Mobiele motorola had een lege accu...
Geen nood, dacht ik, ik ga naar een tankstation en doe daar net of ik een kaart van Nederland wil kopen, kijk intussen stiekem op het Zeelandgedeelte en koop een rolletje drop van 75 cent.
Daar was mijn tankstation: de Wouwse Plantage.
Alles hadden ze hier: autobladen, autodrop, auto-onderdelen, autowasmiddeltjes, pornobladen.... Maar geen kaart van Nederland. Wel hing er buiten op de gevel een kaart van de stad Bergen op Zoom. Wow, interessant!
Nou ik rijd wel weer verder.
Even later was daar de afslag Tholen. Ik kon me herinneren van de aardrijkskundelesjes uit de derde dat dat een eiland was van Zeeland. Misschien dat Yerseke op dit eiland lag...? Zo niet, nou ja dan niet.
Het was een mooie weg, dat dan weer wel. Zo eentje met een groene lijn in het midden, dat betekent dat je er 100 mag.
Enfin, om het verhaal kort te maken: na Tholen, het dorp Tholen, vond ik Yerseke niet en ben ik met een noodvaart (140 km/h) naar Rotterdam gesjeesd. Een klein uurtje later ontdekte ik thuis in de Bosatlas dat ik er vlakbij geweest was: had ik tien kilometer verder doorgereden op de A-zoveel naar Vlissingen dan had ik de afslag naar het pittoreske vissersdorpje zeker niet gemist.
Geeft me een beetje dat achter-het-net vissen gevoel...
Tholen, ja.
Tholen ligt, als ik me niet vergis, op Tholen.
En dat is weer een onderdeel van Zeeland.
Ik was eigenlijk op weg naar Yerseke, om een beetje mosselen-sfeer te proeven, omdat wij wat doen voor een bedrijf dat wat doet met mosselen.
Ik dacht, ik rijd eerst eens richting Vlissingen. Je kan namelijk kiezen tussen Vlissingen en Breda, ergens op weg naar Rotterdam. Dan kijk ik daarna wel op de kaart. Ik had immers geen flauw idee waar Yerseke ligt, behalve dan dat het in Zeeland is wist ik niks.
Toen ik een flink eind na de splitsing eens een parkeerplekje opzocht bleek dat ik de kaart niet bij me had. Ook Maxima, pardon, mijn tomtom met Maxima-stem (overigens erg grappig: "Probeer om te draaien. O, maar wel voorziechtig hoor, anders word ik mieselijk") had ik niet bij me.
Mobiele motorola had een lege accu...
Geen nood, dacht ik, ik ga naar een tankstation en doe daar net of ik een kaart van Nederland wil kopen, kijk intussen stiekem op het Zeelandgedeelte en koop een rolletje drop van 75 cent.
Daar was mijn tankstation: de Wouwse Plantage.
Alles hadden ze hier: autobladen, autodrop, auto-onderdelen, autowasmiddeltjes, pornobladen.... Maar geen kaart van Nederland. Wel hing er buiten op de gevel een kaart van de stad Bergen op Zoom. Wow, interessant!
Nou ik rijd wel weer verder.
Even later was daar de afslag Tholen. Ik kon me herinneren van de aardrijkskundelesjes uit de derde dat dat een eiland was van Zeeland. Misschien dat Yerseke op dit eiland lag...? Zo niet, nou ja dan niet.
Het was een mooie weg, dat dan weer wel. Zo eentje met een groene lijn in het midden, dat betekent dat je er 100 mag.
Enfin, om het verhaal kort te maken: na Tholen, het dorp Tholen, vond ik Yerseke niet en ben ik met een noodvaart (140 km/h) naar Rotterdam gesjeesd. Een klein uurtje later ontdekte ik thuis in de Bosatlas dat ik er vlakbij geweest was: had ik tien kilometer verder doorgereden op de A-zoveel naar Vlissingen dan had ik de afslag naar het pittoreske vissersdorpje zeker niet gemist.
Geeft me een beetje dat achter-het-net vissen gevoel...
donderdag 8 november 2007
Verhaal of niet
Ik zag zojuist op teevee een documentaire over een voormalig-oostblokse vrouw die in Zweden reed met een auto, het was stikdonker, ze wist niet waar ze was. Ik had geen idee waar die documentaire over ging, ik kwam net binnen van het vuilniszakken buitenzetten in de regen. Maar het deed me denken aan toen ik in 1986 in Ierland weliswaar wel wist waar ik was -ongeveer-, maar het ook zo stikdonker was; je zag geen hand voor ogen.
Ik dacht, daarover moet ik toch eens een keer schrijven op m'n blog.
Toen vertelde de vrouw dat haar moeder was vermoord, op een dag, zomaar.
En daar hield de vergelijking op. De film ging er vast over dat deze Oostblokse zich in Zweden bevond, na het moeten overleven van dit familiedrama. En ik wilde gewoon gezellig gaan vertellen over een vakantietje in een heel dichtbij, even westers als veilig land, waar ik na het drinken van een paar biertjes een donker landwegje moest aflopen naar een rustig gelegen jeugdherberg...
Maar niet doen dus.
Ik dacht, daarover moet ik toch eens een keer schrijven op m'n blog.
Toen vertelde de vrouw dat haar moeder was vermoord, op een dag, zomaar.
En daar hield de vergelijking op. De film ging er vast over dat deze Oostblokse zich in Zweden bevond, na het moeten overleven van dit familiedrama. En ik wilde gewoon gezellig gaan vertellen over een vakantietje in een heel dichtbij, even westers als veilig land, waar ik na het drinken van een paar biertjes een donker landwegje moest aflopen naar een rustig gelegen jeugdherberg...
Maar niet doen dus.
maandag 29 oktober 2007
Mijn voorbeeld is dood.
Jan Wolkers is dood.
Hij was mijn voorbeeld, als schrijver. Kon ik maar zo geweldig schrijven als hij.
Het eerste literaire boek dat ik zo'n beetje las, was van hem: 'Terug naar Oegstgeest'. Acht punten op de literatuurlijst van het Eindhoven Protestants Lyceum.
Een ander boekje van zijn hand moesten we daar lezen: 'Dominee met strooien Hoed'. Dat was zo een moeilijk werkje, zei onze leraar Nederlands, dat wij het klassikaal moesten behandelen. Dat een handvol leerlingen van een klas hoger hem hadden gevraagd of het klopte, de uitleg die wij leerden, en dat hij lachend daarop had geantwoord "Ach, natuurlijk niet," maakte niets uit.
Ik was jaloers op hem, zoals hij bezig kon zijn met die beestjes in zijn tuin.
Ik was jaloers op zijn huis, zijn zoons.
Maar vooral was ik altijd stinkend jaloers op zijn avontuur op Rottumerplaat.
Dat eiland. Dat eiland waar hij (een week? ik weet het niet meer) alleen was met de natuur. Mocht zijn, van Rijkswaterstaat, want voor gewone stervelingen is dat stuk natuur zo verboden als de Verboden Stad.
O, wat had ik dat ook graag eens gedaan.
In het boek dat hij daarover schreef vertelt hij dat hij hier nu eens kon meemaken hoe het voelt te poepen als een dier. Staand dus. Naakt. Weglopen met de smurrie nog tussen je billen. Zonder af te vegen of je te bekommeren om restanten die langs je blote benen naar beneden druipen.
En dat lijkt mij nou ook fantastisch. Gewoon één keer, om te voelen hoe het voelt. Eén met de natuur.
'Dat kan toch gewoon?' zul je denken, maar vindt maar eens een plek. Als je betrapt wordt ga je waarschijnlijk linea recta via politiebureau naar een gesticht. Ik denk niet dat ik het ooit aan zal durven.
Maar altijd als ik mijn behoefte doe in de vrije natuur (beide soort boodschappen), en dat gebeurt -gelukkig- best vaak, moet ik denken aan Jan Wolkers.
Dat zal wel altijd zo blijven.
Zou hij het erg vinden? Vast niet.
Hij was mijn voorbeeld, als schrijver. Kon ik maar zo geweldig schrijven als hij.
Het eerste literaire boek dat ik zo'n beetje las, was van hem: 'Terug naar Oegstgeest'. Acht punten op de literatuurlijst van het Eindhoven Protestants Lyceum.
Een ander boekje van zijn hand moesten we daar lezen: 'Dominee met strooien Hoed'. Dat was zo een moeilijk werkje, zei onze leraar Nederlands, dat wij het klassikaal moesten behandelen. Dat een handvol leerlingen van een klas hoger hem hadden gevraagd of het klopte, de uitleg die wij leerden, en dat hij lachend daarop had geantwoord "Ach, natuurlijk niet," maakte niets uit.
Ik was jaloers op hem, zoals hij bezig kon zijn met die beestjes in zijn tuin.
Ik was jaloers op zijn huis, zijn zoons.
Maar vooral was ik altijd stinkend jaloers op zijn avontuur op Rottumerplaat.
Dat eiland. Dat eiland waar hij (een week? ik weet het niet meer) alleen was met de natuur. Mocht zijn, van Rijkswaterstaat, want voor gewone stervelingen is dat stuk natuur zo verboden als de Verboden Stad.
O, wat had ik dat ook graag eens gedaan.
In het boek dat hij daarover schreef vertelt hij dat hij hier nu eens kon meemaken hoe het voelt te poepen als een dier. Staand dus. Naakt. Weglopen met de smurrie nog tussen je billen. Zonder af te vegen of je te bekommeren om restanten die langs je blote benen naar beneden druipen.
En dat lijkt mij nou ook fantastisch. Gewoon één keer, om te voelen hoe het voelt. Eén met de natuur.
'Dat kan toch gewoon?' zul je denken, maar vindt maar eens een plek. Als je betrapt wordt ga je waarschijnlijk linea recta via politiebureau naar een gesticht. Ik denk niet dat ik het ooit aan zal durven.
Maar altijd als ik mijn behoefte doe in de vrije natuur (beide soort boodschappen), en dat gebeurt -gelukkig- best vaak, moet ik denken aan Jan Wolkers.
Dat zal wel altijd zo blijven.
Zou hij het erg vinden? Vast niet.
vrijdag 26 oktober 2007
Heimwee naar de vakantie
Het meeste behoefte heb ik aan vakantie als ik nét terug van vakantie ben. Soms begint die behoefte al tijdens de terugreis. Bijvoorbeeld toen we voor de eerste keer buiten Europa geweest waren, na tien uur vliegen in Frankfurt landden: het liefst was ik op een andere 747 gestapt naar Australië, i.p.v. in zo'n lullig ding van easyjet naar Amsterdam te vliegen.
En er zitten dan mensen in zo'n vertrek- en aankomsthal wiens vakantie net begint, ze zijn in euforische vakantiestemming, drinken gezellig een biertje, terwijl de thuiskomers depressief met een jetlag in de handbagage aan de koffie gaan.
Het ergste van reizen is thuiskomen.
Je kan het enigszins voorkomen door de volgende reis al te boeken vóórdat je op vakantie gaat.
Ik heb dat één keer gedaan en ik vond het fantastisch. Ik ga het beslist vaker doen. Het betekent wel dat ik nu twee reizen moet boeken.
En er zitten dan mensen in zo'n vertrek- en aankomsthal wiens vakantie net begint, ze zijn in euforische vakantiestemming, drinken gezellig een biertje, terwijl de thuiskomers depressief met een jetlag in de handbagage aan de koffie gaan.
Het ergste van reizen is thuiskomen.
Je kan het enigszins voorkomen door de volgende reis al te boeken vóórdat je op vakantie gaat.
Ik heb dat één keer gedaan en ik vond het fantastisch. Ik ga het beslist vaker doen. Het betekent wel dat ik nu twee reizen moet boeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
